“We onderzoeken een nieuw ontdekt gen dat ons kan helpen begrijpen wat er misloopt in de hersenen bij parkinson. Als we dat weten, kunnen we gerichter zoeken naar een medicijn dat de ziekte kan afremmen.” — Prof. Wim Vandenberghe, UZ Leuven / KU Leuven

Prof. Wim Vandenberghe is neuroloog aan het UZ Leuven en hoogleraar aan de KU Leuven. Hij combineert de opvolging van parkinson- en huntingtonpatiënten met laboratoriumonderzoek naar de moleculaire oorzaken van parkinson, met bijzondere aandacht voor de genen LRRK2 en RAB32. In 2026 verstrekte de Demoucelle Parkinson Charity startfinanciering voor het hieronder beschreven onderzoeksproject:

——-

Waarom bent u zowel neuroloog als onderzoeker?

“Ik zou het niet fijn vinden om maar één van de twee te zijn. Als ik enkel patiënten zie, merk ik vooral hoeveel we nog niet kunnen oplossen: we kunnen de ziekte nog altijd niet afremmen. Ik volg mensen met parkinson vaak jarenlang op, en het is frustrerend om hen achteruit te zien gaan zonder dat ik er veel aan kan doen. Dat is voor mij een grote motivatie om onderzoek te doen.

Maar ik denk ook niet dat mijn onderzoek sneller zou gaan als ik enkel onderzoeker was. Doordat ik patiënten zie, weet ik beter waar ons onderzoek zich het best op richt. En doordat patiënten mij vertrouwen, willen ze ook makkelijker meewerken aan onderzoek. Bijvoorbeeld door een stukje huid af te staan, waaruit we in het labo zenuwcellen kunnen kweken.”

U werkt als onderzoeker veel rond een gen dat LRRK2 heet. Wat is dat precies, en waarom is het zo belangrijk?

“Bijna dertig jaar geleden ontdekten wetenschappers het allereerste gen dat parkinson kan veroorzaken als het een foutje bevat. Dat was een grote doorbraak. Daarvoor was er nog geen enkele oorzaak van parkinson bewezen. Sindsdien zijn er nog een aantal andere parkinsongenen ontdekt. LRRK2 is het gen waarin het vaakst foutjes voorkomen die parkinson veroorzaken.

Maar wat LRRK2 precies doet, begrijpen we nog niet goed, want LRRK2 is helaas een zeer ingewikkeld eiwit. Vermoedelijk is LRRK2 betrokken bij de controle van transport van membranen in cellen. Membranen zijn dunne vliesjes waarmee celbestanddelen ingekapseld kunnen worden. Bij een foutje in LRRK2 wordt LRRK2 overactief. Daarom proberen wetenschappers nu medicijnen te maken die LRRK2 afremmen. Dat blijkt niet simpel: een eerste grote klinische studie met zo’n medicijn had helaas geen positief resultaat. Een nieuwe studie, specifiek bij mensen met een foutje in LRRK2, loopt nog.”

Precies omdat LRRK2 zo’n lastig doelwit blijkt, kijkt u ook naar een ander spoor. Waar richt uw eigen onderzoek zich op?

“Wij onderzoeken RAB32, een pas ontdekt gen dat ook met parkinson te maken heeft. Het is bijna vijftien jaar geleden dat er nog zo’n nieuw parkinsongen ontdekt werd. RAB32 en LRRK2 kunnen aan mekaar binden, mekaar raken, wat suggereert dat ze samenwerken en mekaar wederzijds beïnvloeden. Er zijn zelfs aanwijzingen dat een foutje in RAB32 ervoor zorgt dat LRRK2 misschien nog harder gaat werken. Als dat klopt, zou je door aan RAB32 te sleutelen misschien ook LRRK2 kunnen afremmen.

Wat ons vooral interesseert, is dat RAB32 misschien specifieker werkt dan LRRK2. LRRK2 heeft allerlei effecten, die op de koop toe ook nog eens kunnen verschillen tussen celtypes. LRRK2 zit niet alleen in hersencellen, maar ook in je longen, je nieren en je afweersysteem. Een medicijn dat LRRK2 afremt, kan dus ook in die andere organen gevolgen hebben en zo misschien neveneffecten veroorzaken. We hopen dat RAB32 specifieker werkt, wat het veiliger zou maken als doelwit voor een behandeling. Maar wat RAB32 precies doet, en hoe het precies samenwerkt met LRRK2, weten we nog niet. Om dat te onderzoeken, kweken we zenuwcellen in het labo, uitgaande van stamcellen. Stamcellen zijn primitieve cellen die nog kunnen uitgroeien tot bijna elk celtype in het lichaam. Die stamcellen worden afgeleid van huidcellen van parkinsonpatiënten en van gezonde mensen. We vergelijken telkens twee cellijnen met exact hetzelfde DNA, op één verschil na: net dat ene foutje in RAB32. Zo weten we zeker dat elk verschil dat we zien, ook echt door dat foutje komt.”

Waarom werken jullie met stamcellen?

“Bij kanker kunnen onderzoekers de zieke cellen gewoon bij de patiënt weghalen, bijvoorbeeld met een operatie, een biopsie of een bloedafname. Bij parkinson kan dat niet: de zieke zenuwcellen zitten diep in de hersenen, en we kunnen ze pas onderzoeken nadat iemand overleden is. Op dat moment zijn de meest kwetsbare cellen vaak al lang verdwenen, en is er al zoveel kapotgegaan dat het moeilijk is om nog te zien wat er in het begin van de ziekte fout liep.

Met stamcellen kan dat wel. We kweken zenuwcellen van een parkinsonpatiënt in het labo, en na ongeveer twee maanden kunnen we al kijken naar de allereerste dingen die verkeerd lopen, lang voordat de cel echt ziek wordt. Bij cellen met een LRRK2-foutje zagen we op die manier al subtiele vroege verschillen, terwijl de cellen zelf op het eerste gezicht nog perfect gezond leken. Ook in zenuwcellen met een foutje in RAB32 zullen we zoeken naar de eerste processen die mislopen. Wij kijken o.a. naar processen waarmee zenuwcellen hun afval opruimen, omdat verstoring van die opruimprocessen ook bij andere genetische vormen van parkinson telkens weer naar boven komt.

En daar draait het uiteindelijk allemaal om. Als we begrijpen hoe een foutje in RAB32 parkinson veroorzaakt, dan hebben we ook nieuwe doelwitten waarop we met nieuwe medicijnen kunnen aangrijpen: niet alleen op RAB32 zelf, maar ook op andere eiwitten die in datzelfde proces meespelen. Hoe meer van die mogelijke doelwitten we kennen, hoe groter de kans dat we er eentje vinden dat tot een echt medicijn leidt. Die kennis kan bovendien ook helpen om parkinson te begrijpen bij mensen zonder gekend foutje in hun genen: dokters zien namelijk nauwelijks verschil in symptomen tussen parkinson door een LRRK2- of RAB32-foutje en de gewone vorm van de ziekte. Dat doet vermoeden dat gelijkaardige processen ook fout lopen bij parkinson zonder dergelijke genetische foutjes.”