“Tijdens de diepe slaap lijken onze hersenen afvalstoffen weg te spoelen. Mensen met parkinson slapen vaak slecht, en daarom vragen wij ons af of die schoonmaak bij hen stroever verloopt.” – Prof. Moran Gilat, KU Leuven

 

Prof. Moran Gilat is assistent professor en docent aan het Departement Revalidatiewetenschappen van de KU Leuven en hoofd van het Parkinson Revalidatie Onderzoekslabo (www.pro-labo.be). Zijn team onderzoekt hoe motorische en niet-motorische symptomen van parkinson elkaar beïnvloeden, met bijzondere aandacht voor stapproblemen en slaapstoornissen. In 2026 verstrekte de Demoucelle Parkinson Charity startfinanciering voor het hieronder beschreven onderzoeksproject:

 

Hoe bent u in het parkinsononderzoek terechtgekomen, en hoe kwam u bij slaap uit?

“Tijdens mijn opleiding bewegingswetenschappen in Nederland leerde ik al in mijn bachelorjaren mensen met de ziekte van Parkinson kennen. Zij lieten me zien welke impact die ziekte op een leven heeft, en dat heeft me niet meer losgelaten. Vooral het bevriezen van het stappen bleef me bij: dat iemand tijdens het wandelen plots geen stap meer kan zetten. Je ziet het voor je ogen gebeuren, en toch was er zo weinig over bekend.

Slaap kwam er tijdens mijn doctoraat bij. Heel veel mensen met de ziekte van Parkinson, ik durf zelfs te stellen de meeste, kampen met slaapproblemen zoals moeite met inslapen of doorslapen, rusteloze ledematen, ’s nachts vaak naar het toilet moeten, en het uitleven van dromen. Ik heb me daarom laten opleiden tot slaaptechnoloog en jarenlang in een slaapcentrum gewerkt. Chronisch slaaptekort heeft een enorme impact op hoe mensen zich voelen en hoe actief ze kunnen zijn. Voor mij is dat een van de belangrijkste niet-motorische problemen bij parkinson.”

Uw onderzoek draait rond wat u de nachtelijke schoonmaak van de hersenen noemt. Wat is dat?

“Overal in ons lichaam zitten lymfevaten en lymfeklieren die schadelijke stoffen wegfilteren: virussen, bacteriën, maar ook misvormde eiwitten. Bij een keelontsteking voel je de klieren in je hals dikker worden, precies omdat ze dan harder aan het werk zijn. In het hersenweefsel zelf zitten geen klassieke lymfevaten en lymfeklieren zoals elders in het lichaam. Dat is opvallend, want hersencellen zijn voortdurend actief en produceren daarbij veel afvalstoffen. Hoe de hersenen die kwijtraken, was lang een groot mysterie.

Iets meer dan tien jaar geleden brachten dierstudies daar mogelijks verandering in. Die studies lieten zien hoe schoon hersenvocht (zogeheten cerebrospinale vloeistof – CSF) vanaf de schedel tot diep in de hersenen naar binnen trekt, langs ruimtes rond de bloedvaten. Dat vocht bestaat zowat volledig uit water, en de theorie stelt dat dit schone water de hersenen kan binnendringen en onderweg schadelijke afvalstoffen zoals misvormde eiwitten wegspoelen. Net zulke eiwitten stapelen zich op bij parkinson en andere degeneratieve aandoeningen zoals Alzheimer. Als ik een onsmakelijke vergelijking mag maken: we spoelen onze hersenen schoon zoals een toilet.

Het bijzondere is dat die schoonmaak vooral tijdens de diepe slaap actief lijkt te zijn, wanneer de hersenen rusten en er ruimte vrijkomt voor dat vocht. Mensen met parkinson slapen vaak al heel vroeg in de ziekte slecht, soms nog vóór de diagnose. Remt die slechte slaap de schoonmaak dan af, waardoor er meer schadelijk eiwit blijft ‘liggen’? Zou zodoende een negatieve spiraal kunnen ontstaan die uiteindelijk kan leiden tot een progressieve ziekte zoals parkinson? Wat daarin oorzaak is en wat gevolg, weten we voorlopig niet. Wat wel duidelijk is: slecht slapen is slecht voor de gezondheid en slaapproblemen staan centraal bij parkinson en zijn een onderdeel van de aandoening zelf.”

Waar richt uw eigen onderzoek zich precies op?

“Bij dieren is dat schoonspoelen duidelijk te zien. Wij willen weten of we het ook bij levende mensen veilig kunnen meten, en of het samenhangt met de ernst van de symptomen en met hoe die zich evolueren. We zoeken daarom een zogehete biomarker: een meetbaar signaal dat iets zegt over de ziekte, specifiek rond de hersenvochttheorie.

Het vernieuwende zit in de plek waar wij zullen kijken. De meeste onderzoekers kijken naar het begin van dat traject, waar het schone vocht binnenkomt. Maar onderweg neemt dat vocht schadelijke stoffen op. Het vuile water, zoals je het zou kunnen noemen, is daarmee het meest geconcentreerd wanneer het de hersenen weer verlaat, en daar is veel minder naar gekeken.

Wij richten ons op twee van die uitgangen. De eerste ligt vermoedelijk vlak boven de neusholtes. Mijn hypothese is dat er net in dat gebied vroeg schade ontstaat als de afvoer daar stagneert. Dat zou mee kunnen verklaren waarom de reuk al vroeg achteruitgaat bij parkinson. Reukverlies duikt inderdaad bij veel patiënten al jaren vóór de motorische klachten op. De tweede uitgang ligt diep in de hersenen, nabij de hersenstam, van waaruit het vocht naar de lymfeklieren in de hals zou afvloeien. Precies daar liggen ook de kernen die betrokken zijn bij het uitleven van dromen, waarbij mensen ’s nachts roepen, schreeuwen of slaan. Ook dat is een heel vroeg gekend kenmerk van de ziekte van Parkinson.

Met onschadelijke MRI-scans gaan we daarom proberen te meten hoe goed het vocht op die twee plaatsen stroomt. Niet iedereen met parkinson heeft trouwens reukverlies, en dat droomgedrag komt bij ongeveer een op de vier mensen voor. Er bestaan dus waarschijnlijk verschillende fenotypes parkinson patiënten. Mijn verwachting is dat de meting boven de neus sterker zal samenhangen met reukverlies en bevingen van de handen, en dat die bij de hersenstam sterker zal samenhangen met dat droomgedrag en vroegere gang- en balansproblemen. Zo zouden we die fenotypes grofweg van elkaar kunnen onderscheiden.”

En als die meting werkt, wat dan?

“Op dit moment loopt de eerste studie, waarin we die samenhang willen aantonen. Daarna willen we dezelfde mensen na een jaar opnieuw onderzoeken, en hopelijk ook nog een jaar later, om te zien of de eerste meting iets kan voorspellen over hoe iemands parkinson evolueert.

Maar wat we uiteindelijk willen, is natuurlijk de schoonmaak zelf versterken. Dat kan volgens mij op twee veilige manieren, zonder medicatie en zonder operatie, namelijk door de diepe slaap te verbeteren, en door te bewegen. Uit dierstudies blijkt alvast dat het hart sneller klopt en de ademhaling versnelt tijdens inspanning, en dat het hersenvocht daardoor sterker doorstroomt. Bij mensen zien we ook dat fysiek actieve patiënten gemiddeld een gunstiger ziekteverloop hebben dan mensen die weinig bewegen. Als we die schoonmaak betrouwbaar kunnen meten, kunnen we ook onderzoeken of beter slapen en meer bewegen het verloop van de symptomen beïnvloeden.”

Wat wilt u dat mensen die vandaag met parkinson leven, vooral onthouden?

“Slaapproblemen horen jammer genoeg bij deze aandoening en kunnen een grote impact hebben op het dagelijkse leven en welzijn. Volg ze daarom actief op. Bespreek ze met uw arts, maar ook met uw kinesist die u ook kan helpen om ’s nachts vlotter te bewegen in bed. Vraag gerust een slaaponderzoek aan, want personen zijn zich niet altijd even bewust van de slaapproblemen. Zo’n onderzoek kan bijvoorbeeld slaapapneu aan het licht brengen, en daar bestaan relatief goede behandelingen voor.

En misschien wel het belangrijkste: blijf actief. Fysieke activiteit overdag heeft een positief effect op uw slaap ’s nachts. Bespreek met uw kinesist hoe u dat veilig kan doen.”

“Als beter slapen en meer bewegen invloed hebben op dat schoonmaakproces, zouden we dat ook in onze metingen moeten zien. Daar werken we naartoe.”

—–

Wat u zelf kan doen aan uw nachtrust: Tips van prof. Moran Gilat:

    • Hou een vast ritme aan: ga elke dag rond hetzelfde uur naar bed en sta rond hetzelfde uur op. Ga daarbij vóór middernacht slapen. Merkt u dat u typisch veel later gaat slapen? Neem dan contact op met uw arts, want er zou eventueel gekeken kunnen worden om uw biologische klok te helpen ‘resetten’.
    • Bouw een rustgevende avondroutine op, telkens in dezelfde volgorde, en vermijd opwindende activiteiten of stimuli vlak voor het slapengaan. Zelfs een spannend boek kan u wakker houden.
    • Zorg voor een stille, donkere en koele slaapkamer. Uw lichaamstemperatuur moet kunnen dalen om goed te slapen. Een warme douche of bad vlak voor het slapengaan kan het lichaam daarbij helpen.
    • Alcohol, cafeïne en zoutinname verstoren de slaap, dus let op uw snacks in de avond en drink ’s avonds niet te veel als u ’s nachts vaak naar het toilet moet.
    • Een relatief hard matras kan eventueel helpen en sommige mensen vinden het fijn om satijnen bedlakens te gebruiken voor de nachtelijke mobiliteit.
    • Bent u overdag slaperig, dag mag u gerust een dutje namen, maar niet langer dan 20 minuten, liefst vlak na de lunch en zeker vóór 15 uur. Wat telt is de totale slaapduur over 24 uur, en zo’n kort dutje telt daarin mee. Wie langer of later op de dag (bedoeld of onbedoeld) dut, kan daardoor de nachtrust juist verstoren.