« De huidige behandelingen voor de ziekte van Parkinson behandelen de symptomen, bijvoorbeeld door te proberen de hoeveelheid dopamine in de hersenen te verhogen, maar ze hebben geen invloed op de oorzaak van de ziekte of op het verloop ervan. Hier grijpen we misschien niet rechtstreeks in op de oorzaak, maar we hopen wel het verloop te kunnen beïnvloeden door de geleidelijke toename van de schade in de hersenen af te remmen. » — Prof. Gaëtan Garraux
Prof. Gaëtan Garraux is klinisch neuroloog aan het CHU de Liège, waar hij de MoVeRe-kliniek leidt, die gespecialiseerd is in de ziekte van Parkinson en bewegingsstoornissen. Hij is ook hoogleraar fysiologie van het zenuwstelsel aan de Universiteit van Luik (ULiège) en onderzoeker bij GIGA, het interdisciplinaire centrum voor biomedisch onderzoek van de Universiteit van Luik, waar hij zijn onderzoek naar de ziekte van Parkinson voortzet. In 2026 verstrekte de Demoucelle Parkinson Charity startfinanciering voor het hieronder beschreven onderzoeksproject:
——————
Bij de ziekte van Parkinson sterven hersencellen, waaronder de cellen die dopamine produceren, geleidelijk af, maar de precieze oorzaak van dit verlies is nog onbekend. Een van de pistes die Prof. Gaëtan Garraux en zijn team onderzoeken, is een verstoring van het immuunsysteem, het geheel van cellen in ons lichaam dat ons normaal beschermt tegen aanvallen, bijvoorbeeld door virussen, bacteriën of andere ziekten. In bepaalde gevallen lijkt dit systeem ontregeld te raken en in plaats van de hersenen te beschermen, kan het bijdragen tot de beschadiging ervan.
Centraal in deze onderzoekspiste staan de neutrofielen, een type witte bloedcel dat in de eerste linie optreedt, een beetje zoals brandweerlieden die worden opgeroepen bij een brand: ze komen zeer snel in actie om het lichaam tegen aanvallen te verdedigen en maken, zodra de situatie onder controle is, plaats voor andere cellen. Zonder de juiste remmen blijven deze « brandweerlieden » abnormaal actief en blijven ze hun stoffen uitstorten lang nadat het « vuur » is geblust. Daarbij beschadigen ze gezond weefsel in hun omgeving en verhinderen ze dat de volgende fasen van de reactie kunnen plaatsvinden.
Deze remmen komen van nature in ons lichaam voor, maar hun werking zou bij de ziekte van Parkinson onvoldoende kunnen zijn. Het gebruik ervan in de vorm van geneesmiddelen is al goedgekeurd voor de behandeling van bepaalde zeldzame aandoeningen. De hypothese van Prof. Garraux is dat het gebruik van een van deze geneesmiddelen bij de ziekte van Parkinson zou kunnen helpen om de activiteit van deze neutrofielen beter te reguleren en zo de progressie van de ziekte te vertragen.
Voordat deze hypothese bij een voldoende groot aantal deelnemers kan worden getest, start het team van Prof. Garraux een fase 1-pilootstudie bij 12 mensen met de ziekte van Parkinson, om de veiligheid en verdraagbaarheid ervan te bevestigen, zoals dat in het verleden al is aangetoond bij andere aandoeningen waarvoor dit geneesmiddel werd gebruikt.
Ontsteking en het immuunsysteem: wat is het verband met de ziekte van Parkinson?
« Het klopt dat één van de bekendste kenmerken van de ziekte een afname van dopamine in de hersenen is. Iedereen weet dat. Maar we weten niet precies waardoor deze afname wordt veroorzaakt. Dopamine wordt geproduceerd door neuronen, en sommige van deze neuronen zijn bijzonder kwetsbaar voor een proces dat nog niet is geïdentificeerd en waardoor ze geleidelijk afsterven.
Er zijn verschillende hypotheses om te verklaren waarom deze neuronen afsterven, en één daarvan heeft te maken met een plaatselijke ontregeling van het immuunsysteem. Het is geen nieuw idee: de rol van het immuunsysteem bij de ziekte van Parkinson, maar ook bij andere neurodegeneratieve aandoeningen zoals de ziekte van Alzheimer, wordt al meer dan 40 jaar onderzocht. »
« Het immuunsysteem is minstens zo complex als het zenuwstelsel en we kunnen de werking ervan vanuit verschillende invalshoeken benaderen. Normaal beschermt dit systeem ons tegen allerlei aanvallen, bijvoorbeeld van virussen of bacteriën, onder meer door het gecontroleerd vrijgeven van stoffen die micro-organismen doden. Maar bij de ziekte van Parkinson is het mogelijk dat het dit niet langer op de juiste manier doet. Sommige onderzoeken doen zelfs vermoeden dat dit systeem, dat geacht wordt gecoördineerd te reageren op de aanval die de ziekte vormt, in zijn werking verstoord kan zijn en dat het, in plaats van ons te beschermen, de ziekte verergert. »
Waarom specifiek kijken naar neutrofielen?
Bij mensen met de ziekte van Parkinson zijn verschillende afwijkingen van het immuunsysteem vastgesteld, maar we weten niet in welke volgorde deze veranderingen optreden.
« Eén van de robuuste bevindingen, die in verschillende studies is gereproduceerd, is een lichte toename van het aandeel neutrofielen ten opzichte van andere witte bloedcellen in het bloed, al in de vroege stadia van de ziekte. We zien ook een indirect verband tussen het aandeel neutrofielen en de snelheid waarmee de ziekte vordert, ongeacht het profiel van de patiënten. Dit wijst erop dat deze eerstelijns witte bloedcellen mogelijk een abnormaal langdurige invloed hebben op de werking van de hersenen. »
Heeft dit mechanisme betrekking op alle patiënten, of slechts op sommigen?
« Dit zou een vrij algemeen mechanisme kunnen zijn, dat al vroeg een rol speelt in de opeenvolging van gebeurtenissen die leidt tot de geleidelijke vernietiging van bepaalde hersengebieden. Neutrofielen vormen immers onze eerste verdedigingslinie tegen een aanval. Ze komen dus zeer vroeg in actie. We kunnen ons voorstellen dat ze ook zeer vroeg betrokken zijn bij de neurodegeneratie, wat de hoop biedt dat ingrijpen op deze cellen een vrij breed effect zou kunnen hebben. Maar op dit moment blijft dit nog een hypothese. »
Hoe kan het evenwicht in de werking van het immuunsysteem worden hersteld?
Een manier om de abnormaal verhoogde activiteit van neutrofielen tegen te gaan, is het gebruik van « moleculaire remmen ». Het project van Prof. Garraux voorziet in het gebruik van een van deze remmende mechanismen, dat van nature in het lichaam aanwezig is, maar waarvan de werking mogelijk onvoldoende is om de overmatige activiteit van neutrofielen tegen te gaan: alfa-1-antitrypsine.
« Wat deze moleculaire rem interessant maakt, is dat hij niet alleen op neutrofielen werkt: hij grijpt in op verschillende stappen van de ontstekingscascade, wat kan helpen om het immuunsysteem als geheel beter te reguleren, en niet alleen één type cel. Bovendien wordt deze stof al lange tijd gebruikt voor de behandeling van mensen met een zeldzame aandoening die wordt gekenmerkt door een tekort aan deze moleculaire rem. »
We spreken over een « disease-modifying » behandeling: wat betekent dat?
« Dat is echt het centrale idee achter dit project. De huidige behandelingen voor de ziekte van Parkinson behandelen de symptomen, bijvoorbeeld door te proberen de hoeveelheid dopamine in de hersenen te verhogen, maar ze hebben geen invloed op de oorzaak van de ziekte of op het verloop ervan. Hier grijpen we misschien niet rechtstreeks in op de oorzaak, maar we hopen wel het verloop te kunnen beïnvloeden door de geleidelijke toename van de schade in de hersenen af te remmen.
Dat sluit niet uit dat dit immuunmechanisme ook aan de oorsprong van de ziekte ligt, maar we hebben nog onvoldoende gegevens om dat te kunnen bevestigen. In ieder geval wijzen verschillende studies erop dat het zeker bijdraagt aan de progressie van de ziekte. En als alles verloopt zoals gehoopt, zouden we al zeer vroeg, stroomopwaarts in deze cascade van gebeurtenissen, kunnen ingrijpen. »
U gaat deze aanpak nu testen bij patiënten: een fase 1-studie met twaalf mensen. Wat houdt dat in en waarom dit aantal?
« Omdat dit product nog nooit eerder is gebruikt bij mensen met de ziekte van Parkinson, moeten we eerst de verdraagbaarheid en mogelijke bijwerkingen ervan in deze specifieke context evalueren. Dit geneesmiddel is al goedgekeurd voor de behandeling van bepaalde zeldzame aandoeningen, waarbij het over het algemeen goed wordt verdragen en zeer weinig mensen de behandeling stopzetten. Het heeft dus in theorie een goed veiligheidsprofiel, maar we kunnen dit nooit met zekerheid stellen voordat we het hebben getest in een nieuwe populatie, hier dus bij mensen met de ziekte van Parkinson.
Deze eerste veiligheidsevaluatie gebeurt doorgaans bij een klein aantal zorgvuldig geselecteerde mensen, met een medisch profiel dat het risico op bijwerkingen beperkt, hoewel dit risico nooit volledig kan worden uitgesloten. Dit zal ons informatie opleveren over de veiligheid van het gebruik van dit product bij deze populatie.
Een andere factor die het aantal patiënten beperkt, is de kostprijs, aangezien dit product momenteel wordt gewonnen uit menselijk plasma, waardoor het duur is om het in grote hoeveelheden te produceren. »
Omdat dit product al bestaat als geneesmiddel voor een andere aandoening, kan dit het proces versnellen?
« Ja, dat is precies het voordeel van het gebruik van een product dat al als geneesmiddel bestaat: het volledige ontwikkelingsproces en eerdere studies zijn al afgerond, waardoor een echte versnelling mogelijk is. Voor een volledig nieuw molecuul moet men doorgaans 5 tot 10 jaar rekenen voordat het kan worden getest en vervolgens op de markt kan komen.
Dit product is momenteel alleen goedgekeurd voor een zeer specifieke medische context. Het is nog geen geneesmiddel voor de ziekte van Parkinson: dat is precies wat deze fase 1-studie moet beginnen te onderzoeken. »
Wat wordt tijdens deze studie gemeten en hoe?
Naast de veiligheid te onderzoeken, « zal deze fase 1-studie ons voorlopige informatie opleveren over mogelijke gunstige effecten. Hiervoor maken we gebruik van verschillende soorten metingen.
Eerst is er een bloedonderzoek: omdat we ingrijpen op het immuunsysteem, willen we nagaan of er een meetbaar effect op het immuunsysteem is, zelfs als er uiteindelijk nog geen zichtbaar effect op de ziekte zelf is.
Vervolgens kan de evolutie van de ziekte op verschillende manieren worden geëvalueerd. Eerst via een grondig klinisch onderzoek van de mobiliteit tijdens een consultatie. Een gevoeligere methode is het gebruik van bewegingssensoren, bijvoorbeeld een smartwatch die voortdurend wordt gedragen en continu informatie verzamelt, in plaats van alleen tijdens consultaties die enkele maanden uit elkaar liggen. Zo kunnen we de evolutie van de ziekte tijdens de studie en waarschijnlijk ook gedurende enkele maanden na het stopzetten van de behandeling continu, nauwkeuriger en kwantitatiever evalueren.
Ten slotte kunnen we rechtstreeks in de hersenen indicatoren van het verlies van neuronen meten. Er bestaan nucleair-geneeskundige technieken zoals een PET-scan, die zeer gevoelig zijn maar duur en invasief, omdat ze patiënten aan radioactiviteit blootstellen. Sinds ongeveer tien jaar maken geavanceerdere MRI-technieken het mogelijk om vergelijkbare informatie te verkrijgen op een niet-invasieve manier. »
Tot slot: welke boodschap wilt u meegeven aan patiënten?
« Naast het medische en wetenschappelijke aspect is er ook een hele sociale en familiale dimensie, evenals een persoonlijke inzet, die vaak worden verwaarloosd in de zorg voor deze ziekte. Familie en sociale steun zijn belangrijk, maar ook het vermogen om de ziekte zelf te aanvaarden en de levensstijl aan te passen aan de eigen mogelijkheden. We weten bijvoorbeeld dat lichaamsbeweging zeer gunstig is, maar die kan alleen door de persoon zelf worden uitgevoerd: een goede begeleiding en motivatie stellen iedereen in staat om zelf invloed uit te oefenen op het verloop van zijn of haar ziekte.
In België is de medische zorg van zeer goede kwaliteit, maar de begeleiding van patiënten kan beter. De middelen zijn niet altijd toereikend of goed gestructureerd. Ik denk dat organisaties zoals die van jullie een belangrijke rol kunnen spelen bij het veranderen van de manier waarop de ziekte wordt aangepakt, en dan niet alleen op medisch vlak. »
« Het volstaat niet om één centrum te hebben waar heel goede dingen worden gedaan als duizenden patiënten uit de boot vallen en er niet van kunnen profiteren. » — Prof. Gaëtan Garraux
